Geschiedenis 1450-2007

1450 - Kloosterbibliotheken in Amsterdam

Tot het vierde kwart van de zestiende eeuw is er in Amsterdam geen openbare bibliotheek. De belangrijkste verzamelingen manuscripten en gedrukte boeken zijn te vinden in de librijen van kerken en kloosters. Een eigendomsnotitie getuigt daar soms nog van. Zo bevat een perkamenten handschrift uit circa 1450 met het Oude Testament de inscriptie ‘Liber conventus sororum sancte cecylie in amstelredam’: boek van het nonnenklooster van Sint Cecilia te Amsterdam.

1578 - Stichting van de Stedelijke Bibliotheek

In 1578 gaat de stad Amsterdam over naar de hervormingsgezinden. Bij deze gebeurtenis, die bekendstaat als de Alteratie, vervallen alle eigendommen van de kerken en kloosters aan de stad, de boeken en handschriften incluis. Ten minste een deel hiervan krijgt een plek in de nieuw opgerichte Stedelijke Bibliotheek. Deze openbare boekerij wordt ingericht in een bijgebouw van de Nieuwe Kerk.

Om diefstal te voorkomen, zijn de boeken in de Stedelijke Bibliotheek vastgemaakt met kettingen. De folianten, gestoken in banden van kalfsleer over houten platten met zeemleren ruggen, liggen elk op een vaste plek op lezenaars.

1599 - Legaat van boeken van Jan Verhee

Schenkingen en legaten van Amsterdamse burgers breiden het bezit van de Stedelijke Bibliotheek gaandeweg uit. Een van deze weldoeners is de schepen Jan Verhee, een geletterd man van ‘behoorlijk vernuft’. Bij zijn dood in 1599 laat hij de Stedelijke Bibliotheek zes boeken na met klassieke en theologische inhoud. Ter nagedachtenis wordt zijn naam met goud op de banden gestempeld.

1612 - Eerste gedrukte bibliotheekcatalogus

De oudste gedrukte catalogus van de Stedelijke Bibliotheek, samengesteld door de Engelsman Matthew Slade alias Matthaeus Sladus, verschijnt niet bij een Amsterdamse maar bij een Leidse drukker. De catalogus beschrijft 765 titels, die bij elkaar zo’n 1400 banden omvatten. Het merendeel is ook nu nog in de Universiteitsbibliotheek te raadplegen. Tien jaar later, in 1622, komt er een tweede, uitgebreide editie van de pers, ditmaal bij de Amsterdamse drukker Paulus Aertsz van Ravesteyn. De uitgave wordt versierd met een fraai frontispice waarop enkele boeken te zien zijn.

1627 - Schenking van de boekerij van Jacob Buyck

Als in 1578 in Amsterdam de politieke en godsdienstige bakens worden verzet, neemt de laatste pastoor van de Oude Kerk de wijk naar het Land van Kleef. Behalve een onbuigzame katholiek is Jacob Buyck een groot boekenliefhebber. Na Buycks dood in 1599 keert zijn bibliotheek terug naar Amsterdam, om in 1627 te worden aangeboden aan het stadsbestuur. Het is de eerste grote schenking voor de jonge Stedelijke Bibliotheek, die daarmee in omvang verdubbelt. De meeste van de ruim duizend banden uit de boekerij van Buyck zijn nog altijd in de Universiteitsbibliotheek aanwezig.

1632 - Oprichting van de Athenaeumbibliotheek

De noodzaak tot hoger onderwijs brengt Amsterdam tot de oprichting van een ‘doorluchtighe school’: het Athenaeum Illustre. De Stedelijke Bibliotheek wordt Athenaeumbibliotheek en verhuist naar de zolder van de Agnietenkapel, waar het Athenaeum Illustre gehuisvest is. De boeken staan er in ‘lectrijnen’ op twee planken aan de ketting en kunnen op lezenaars geraadpleegd worden. Het drukkersmerk van de Amsterdamse drukker en uitgever Lodewijck Spillebout geeft een goede indruk van de situatie in de bibliotheek.

1664 - Joan Blaeu publiceert zijn Grooten atlas

De roem van de Amsterdamse uitgever Joan Blaeu is nauw verbonden met zijn Atlas maior. Deze meerdelige wereldatlas verschijnt in vijf talen. Soms laat de eigenaar er een fraaie pronkkast voor maken. De Universiteitsbibliotheek bezit zo’n kabinet, met daarin een Nederlandstalige editie van de atlas uit 1664. Naast de Grooten atlas bevat het kabinet een tweedelig stedenboek, eveneens uitgegeven door Blaeu, met plattegronden van alle Noord- en Zuid-Nederlandse steden.

1695 - Modernisering onder Petrus Schaeck

Tot 1695 staan alle boekbanden met de snede naar voren gericht in de lectrijnen. Bibliothecaris Petrus Schaeck laat alle banden omkeren en titelschildjes aanbrengen op de zeemleren ruggen. Ook alle kettingen worden vervangen. Schaeck werkt energiek aan vergroting van de collectie en weet belangrijke aanwinsten binnen te halen, waaronder een befaamd negende-eeuws handschrift met Caesars De bello Gallico. Het vormt de basis voor tal van tekstedities.

1743 - Schenking door Gerardus van Papenbroeck

De talrijke sculpturen, portretten en manuscripten die de Amsterdamse koopman Gerardus van Papenbroeck bijeenbrengt, weerspiegelen zijn bewondering voor geleerdheid en dichterschap. Zo bezit hij het literaire archief van Pieter Cornelisz Hooft, dat hij samen met een groot aantal portretten schenkt aan de Athenaeumbibliotheek. Van Papenbroecks voorbeeld wordt in de loop der eeuwen door talrijke particulieren en instellingen gevolgd. Belangrijke schenkingen zijn de bibliotheek van E.J. Potgieter (1875), de hebraïca en judaïca van Leeser Rosenthal (1880), de bibliotheek van Felix Meritis (1889), de Bilderdijkiana van D.M. de Vries (1891), de autografenverzameling van P.A. en W.G.A. Diederichs (1892), de collectie van het Nederlandsch Schoolmuseum (1974), de bibliotheek van de psychiater en seksuoloog C. van Emde Boas (2003) en de Bridgecollectie Amsterdam (2006).

Sonnet van P.C. Hooft

1779 - Nieuwe instructie voor de bibliothecaris

Ter voorkoming van diefstal en beschadiging verschijnt een instructie voor de bibliothecaris. Ook komt er geld om een aantal ernstige lacunes in de collectie op te vullen.

In de tweede helft van de achttiende eeuw bevindt de bibliotheek zich in een deplorabele toestand. Bibliothecaris Jan Hendrik Verheyk noteert somber dat veel boeken ‘verrotten in de kasten als voedsel aan wormen en motten’. Een nieuwe instructie voor de bibliothecaris is dringend gewenst en verschijnt in 1779. Verheyk bepleit met succes een gerichte boekenaankoop. Verder laat hij nieuwe kasten maken en de boeken worden van hun kettingen ontdaan.

1805 - Bibliotheekgebruik gereguleerd

Toezicht en controle op het gebruik van de bibliotheek zijn er amper. Een reglement van orde, dat in 1805 van de pers komt, moet een einde maken aan de geconstateerde misstanden. De opsteller van het reglement, bibliothecaris Hendrik Constantijn Cras, ziet nauwlettend toe op de naleving ervan. Negen jaar eerder, in 1796, had Cras al een nieuwe catalogus samengesteld.

1838 - Afscheid van de Agnietenkapel

Na meer dan twee eeuwen verlaat de Athenaeumbibliotheek de zolder van de Agnietenkapel. De groei van de collectie vraagt om een ruimere behuizing.

Onder het bibliothecariaat van David Jacob van Lennep vindt de boekerij een nieuwe plek op de ruime en verwarmde bovenverdieping van het Paleis van Justitie aan de Prinsengracht. Al in 1863 wordt die locatie weer verlaten en verhuist de bibliotheek naar een royaal onderkomen aan de Herengracht 40, een voormalig kantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij.

Agnietenkapel

1856 - Collectievergroting door bruiklenen

Na een vernietigend rapport over de toestand van de bibliotheek benoemen de curatoren de jonge bibliograaf Pieter Anton Tiele als custos. Hij geeft uitvoering aan nieuw beleid dat gericht is op het binnenhalen van bruiklenen. De eerste grote bruikleenovereenkomst wordt gesloten met de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst (KNMG). Latere belangrijke bruiklenen komen van de Remonstrantse Gemeente Amsterdam (1878), het Genootschap ter Bevordering van de Natuur-, Ge­nees- en Heelkunde (1880), het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (1880), het Wiskundig Genootschap (1880), de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst (1882), de Vereeniging Het Vondelmuseum (1902), het Nutsseminarium voor Paedagogiek (1925), het Evangelisch Luthers Seminarium (1871), het Multatuli Genootschap (1931), de Stichting Het Réveil-Archief (1931), het Frederik Van Eeden-Genootschap (1935), de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam (1968) en de Stichting het Begijnhof (1981).

Isaak de Graaf, Paskaart van Straat Soenda. Amsterdam, 1739.  70 × 81 cm. [Kaartenzl L.K. VI 7]

1877 - Verheffing tot Universiteitsbibliotheek

Met de verheffing van het Athenaeum Illustre tot gemeentelijke universiteit wordt wat ooit begonnen was als stadsboekerij nu officieel de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Bibliothecaris Hendrik Cornelius Rogge krijgt de taak de bibliotheek om te vormen tot een instelling ten dienste van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. In 1881 verhuist de bibliotheek van de Herengracht naar de voormalige Handboogdoelen aan het Singel. Achter het gebouw wordt een nieuw boekenmagazijn opgetrokken.

1890 - Periode van professionalisering

Het aantreden van Combertus Pieter Burger Jr. als bibliothecaris markeert het begin van een periode van professionalisering, die samenvalt met de ‘Tweede Gouden Eeuw’ van de Universiteit van Amsterdam. Onder leiding van Burger verschijnen tientallen gespecialiseerde catalogi van de bijzondere collecties, waaronder een reeks catalogi van het handschriften- en brievenbezit.

1939 - Verwerving van de Artis Bibliotheek

Het Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra, in 1838 opgericht om de kennis der natuurlijke historie te bevorderen, zet onder leiding van G.F. Westerman een wetenschappelijke boeken- en tijdschriftencollectie op. Deze bibliotheek wordt gehuisvest in een speciaal voor dat doel ontworpen gebouw bij de dierentuin Artis. Een eeuw later gaat de Artis Bibliotheek over naar de Gemeente Amsterdam, die haar toevertrouwt aan de universiteit. De Artis Bibliotheek, nog steeds gehuisvest in het oorspronkelijke monumentale pand aan de Plantage Middenlaan, is tegenwoordig onderdeel van de Bijzondere Collecties.

Linnaeuskast

Alle drukken van Linnaeus in de Artis Bibliotheek

1958 - Bruikleen van de bibliotheek van de Vereeniging

Tijdens het bibliothecariaat van Herman de la Fontaine Verwey krijgt een van de meest omvangrijke en veelzijdige boekhistorische collecties ter wereld onderdak in de Universiteitsbibliotheek. Het betreft de bibliotheek van de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels, tegenwoordig Bibliotheek van het Boekenvak geheten. De collectie omvat een vakbibliotheek over alle denkbare aspecten van het boekwezen en een grote verzameling bronnenmateriaal met betrekking tot de Nederlandse boekgeschiedenis. Een van de vele geïncorporeerde deelcollecties is het archief van het Amsterdamse Boekverkopersgilde. Dit archief bevat onder meer gildepenningen, zoals de penning uit 1681 van de Amsterdamse boekverkoper en uitgever Timotheus ten Hoorn.

1940 - De Universiteitsbibliotheek in oorlogstijd

De Bibliotheca Rosenthaliana, de collectie judaïca en hebraïca van de Universiteitsbibliotheek, lijdt tijdens de Tweede Wereldoorlog grote verliezen.

De conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana en zijn assistent, L. Hirschel en M.S. Hillesum, worden gedeporteerd en keren niet terug. Het Joodse erfgoed dat aan hun zorg was toevertrouwd, wordt op last van de bezetter aan het gebruik onttrokken en deels weggevoerd. Bibliotheekpersoneel brengt kostbare stukken uit de Bibliotheca Rosenthaliana heimelijk onder in de Artis Bibliotheek om ze te behoeden voor confiscatie.

1971 - Aankoop van de collectie Tetterode

Dankzij bemiddeling van de hoogleraar G.W. Ovink wordt de Universiteitsbibliotheek in 1971 eigenaar van de bibliotheek en van archiefmateriaal van Lettergieterij en Machinehandel voorheen N. Tetterode-Nederland nv. De omvangrijke collectie Tetterode is internationaal een van de belangrijkste collecties op het gebied van de geschiedenis van de grafische techniek en vormgeving. Vooral de negentiende en de twintigste eeuw zijn sterk vertegenwoordigd. Zo bevat de collectie Tetterode het werkarchief van de bekende letterontwerper S.H. de Roos. Een pronkstuk is het zogenaamde Athiaskastje met historisch Hebreeuws lettermateriaal (stempels en matrijzen), dat in 2001 door Tetterode in permanent bruikleen werd gegeven.

2007 - De Bijzondere Collecties aan de Amstel

Twaalf kilometer aan handschriften, oude en zeldzame drukken, kaarten, globes, prenten en archieven werden in de eerste maanden van 2007 overgebracht van het Singel naar de Oude Turfmarkt. Daar betrokken de Bijzondere Collecties hun nieuwe behuizing. Achter fraaie historische gevels, die zich spiegelen in het water van een stukje oude Amstel, het huidige Rokin, gaan modern gerenoveerde panden schuil. Zij bevatten geklimatiseerde magazijnen, onderzoekzalen, handbibliotheken, een tentoonstellingsruimte en een café. De officiële opening van de Bijzondere Collecties vond plaats op 11 mei 2007 en werd verricht door Hare Majesteit Koningin Beatrix.

7 september 2012